Filologische reflecties binnen de literatuur (metafictie)
4 belangrijke vragen over Filologische reflecties binnen de literatuur (metafictie)
William Shakespeare (Hamlet, ca 1602)
Shakespeare maakte gebruik vd techniek 'play within a play' (een verhaal ie verhaal). Dit dient om de theatraliteit vd wereld (theatrum mundi) te benadrukken en te reflecteren op de grenzen v fictie en werkelijkh.
Miguel de Cervantes (Don Quichote, 1605 en 1615)
Dit werk is een sleutelmoment id metafictie . Het is een parodie op de ridderroman en de pastorale roman. Het gebruikt zelfbewuste ironie vd vertelstem en reflecteert over de roman via de roman. In deel 2 w de beroemdh vd personages gethematiseerd, wat metafictie is. Daarnaast w de oorsprong vh verhaal gepresenteerd als een 'vertaling' die onderbroken w (pseudovertaling), wat het spel met fictie vrtzet. De reflectie over het extradiëgetische niveau w beschreven als een mise-en-abyme (extreme zelfreflectie vd medialiteit).
Wolff en Deken (Sarah Burgerhart, 1782)
Id Voorrede (een tekstueel kader dat reflecteert over het boek zelf) pleiten de auteurs vr "een oorspronkelijke roman v eigen bodem". Ze gebruikten deze ruimte om te reflecteren op de conventies vd 18de-eeuwse roman en parodiëren vd Franse smaak dr het geven v spottende titels.
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden
Laurence Sterne (Tristram Shandy, 1759-1769)
Dit werk is een parodie op de sentimentele roman en een anti-roman . De handeling is secundair aan de ironische interventie vd vertelstem. Sterne gebruikt metafictie (story within a story) en experimenteert met een bewust gecultiveerde vormeloosh (fragmentarisch, onderbroken plot) en typografische grappen om de medialiteit vh boek te tonen.
De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden















