Filologische reflecties binnen de literatuur (metafictie) - II late ME of renaissance: humanisme en commentaar
5 belangrijke vragen over Filologische reflecties binnen de literatuur (metafictie) - II late ME of renaissance: humanisme en commentaar
Dante Alighieri (Divina Commedia, ca 1315)
Het werk claimt de antieke traditie en herschrijft deze nr christelijke normen (imitatio en aemulatio). De ontmoeting met de antieke dichters, zoals Vergilius (die als gids dient), is een zelfbewuste reflectie op continuïteit vd klassieke traditie.
Marie de France (Lais, 12de E)
Marie de France maakte gebruik v stijlen die geassocieerd waren met orale transmissie, wronder het vrtdurend zichtbaar maken vd vertelinstantie aan het hof, om de 'authenticiteit' te construeren (fictieve oraliteit)
Petrarca (Canzoniere, 14de E)
Het werk staat bol v formalisme en erudiete stijlmiddelen (hyperbolen, oxymorons), wronder paronomasie (taalspelletjes), wat een bewuste focus op de artificiële en geleerde aard vd lyriek inhoudt.
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden
Eramsus (Lof der Zotheid, 1511)
Erasmus een boegbeeld vh humanisme en de filologie, gebruikte in zijn werk het personage de Zotheid om te spotten met iedereen. Dit dubbelzinnige perspectief leidt tot de kritische reflectie op de geldende wrheden en autoriteiten.
Rabelais (Pantagruel en andere, 16de E)
Rabelais gebruikte een heroïcokomische titel die direct verwees nr de parodische aard vh werk. De tekst bevat filologische interventies (zoals de genealogie) en maakt gebruik v digressies (uitwijkingen) die een geliefde techniek v filologische eruditie waren.
De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden















