Dieetbehandelingsrichtlijn - Reumatoïde artritis

23 belangrijke vragen over Dieetbehandelingsrichtlijn - Reumatoïde artritis

Wat is reumatoïde artritis (RA), hoe ontstaat de ziekte en hoe verloopt zij meestal? (p. 5–6)

RA is een progressieve systemische auto-immuunziekte met chronische inflammatie van gewrichten. De oorzaak is onbekend, maar genetische factoren, auto-antistoffen, roken, infecties en leefstijlfactoren spelen een rol. De ziekte verloopt grillig met afwisselend exacerbaties en remissie. Vooral kleine gewrichten van handen en voeten raken symmetrisch ontstoken.

Welke klachten en beperkingen veroorzaken pijn, ontsteking en stijfheid bij RA? (p. 5–6)

Gewrichtsontstekingen veroorzaken pijn, ochtendstijfheid, zwelling en verminderde beweeglijkheid. Hierdoor ontstaan beperkingen in ADL, mobiliteit, werk, huishouden en sociale participatie. Dagelijkse activiteiten kosten vaak veel tijd en energie.

Welke rol spelen inflammatie en immobiliteit bij verlies van spiermassa en spierkracht? (p. 6)

Chronische ontsteking en minder bewegen leiden tot verlies van spiermassa en spierkracht (secundaire sarcopenie). Dit kan worden versterkt door glucocorticoïdengebruik.
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Sailabus

Hoe ontstaan vermoeidheid en anemie bij RA? (p. 6–7)

Vermoeidheid ontstaat onder andere door chronische inflammatie, anemie, pijn en slechte slaapkwaliteit. De anemie is meestal normocytair en hangt samen met ziekteactiviteit.

Waarom kunnen zowel gewichtsverlies als gewichtstoename optreden bij RA? (p. 6, 14–15)

Gewichtsverlies ontstaat door verhoogd metabolisme, inflammatie, verminderde eetlust, pijn, slikproblemen en vermoeidheid. Gewichtstoename ontstaat vooral door glucocorticoïdengebruik en verminderde lichamelijke activiteit. Hierdoor kan ook sarcopene obesitas ontstaan.

Welke kauw-, slik- en mondproblemen komen vaak voor bij RA en secundair syndroom van Sjögren? (p. 6, 19–20)

Door gewrichtsschade in het hoofd-halsgebied en Sjögren ontstaan droge mond en keel, slikproblemen, smaakverlies, gebitsproblemen, schimmelinfecties, reflux en problemen met kauwen en slikken.

Welke psychosociale gevolgen kan RA hebben? (p. 6, 12)

Het onvoorspelbare ziekteverloop, chronische pijn en beperkingen kunnen leiden tot angst, depressie, verminderde kwaliteit van leven en problematisch ziektegedrag.

Welke risicofactoren verhogen de kans op RA en welke invloed hebben geslacht en leeftijd? (p. 6)

Genetische factoren, HLA-antigenen, RF, anti-CCP, roken, infecties, hoge zoutinname en mogelijk hoge BMI verhogen het risico. RA komt driemaal vaker voor bij vrouwen en ontstaat meestal tussen 35–50 jaar.

Welke invloed hebben zwangerschap, hormonen en borstvoeding op RA? (p. 6)

Tijdens zwangerschap en borstvoeding treedt vaak remissie of duidelijke verbetering op. Na de zwangerschap neemt de ziekteactiviteit meestal weer toe.

Hoe wordt de diagnose RA gesteld en waarom is dit soms moeilijk? (p. 5)

De diagnose wordt gesteld door de reumatoloog op basis van anamnese, klinische verschijnselen, laboratoriumonderzoek en röntgenonderzoek. Er bestaat geen test die RA met volledige zekerheid kan aantonen of uitsluiten.

Welke laboratoriumwaarden zijn belangrijk bij RA en wat zeggen ze over ziekteactiviteit? (p. 12)

Belangrijk zijn CRP, BSE, Hb, ferritine, RF, anti-CCP, glucose, nierfunctie, leverfunctie, vitamine D, vitamine B12 en foliumzuur. Deze waarden geven informatie over inflammatie, voedingstoestand, anemie en complicaties.

Welke criteria horen bij klinische remissie van RA? (p. 5)

Weinig ochtendstijfheid, geen vermoeidheid, geen gewrichtspijn, geen pijn bij bewegen en geen zwelling van weke delen.

Welke belangrijke complicaties kunnen optreden bij RA? (p. 7)

Gewrichtsschade, sarcopenie, hart- en vaatziekten, osteoporose, diabetes mellitus, anemie, syndroom van Sjögren en aantasting van andere organen zoals huid, longen en hart.

Waarom hebben patiënten met RA een verhoogd risico op cardiovasculaire aandoeningen, osteoporose en diabetes mellitus, en welke factoren dragen hieraan bij? (p. 7, 16–19, 24)

Patiënten met RA hebben een verhoogd risico op cardiovasculaire aandoeningen door systemische inflammatie, lichamelijke inactiviteit, veranderingen in het vetmetabolisme en klassieke cardiovasculaire risicofactoren. Daarnaast komen osteoporose en diabetes mellitus vaker voor. Osteoporose ontstaat door chronische inflammatie, immobiliteit en glucocorticoïdengebruik, die botafbraak verhogen en botvorming verminderen. Diabetes mellitus kan ontstaan doordat glucocorticoïden latente diabetes manifest maken, vooral in combinatie met gewichtstoename en metabool syndroom.

Welke gevolgen heeft secundair syndroom van Sjögren voor voeding en mondgezondheid? (p. 7, 19–20)

Droge mond en keel veroorzaken slikproblemen, smaakverlies, cariës, schimmelinfecties en problemen met eten en drinken. Hierdoor kan de voedingsinname verminderen.

Welke hoofdgroepen medicijnen worden gebruikt bij RA, wat is hun doel en welke belangrijke voedingsgerelateerde bijwerkingen en aandachtspunten horen hierbij? (p. 8–16)

Bij RA worden verschillende medicijngroepen gebruikt.
  • NSAID’s verminderen pijn, stijfheid en ontsteking, maar kunnen gastro-intestinale klachten, ulcera, bloedingen en nierfunctiestoornissen veroorzaken.
  • Glucocorticoïden werken snel ontstekingsremmend, maar geven vaak gewichtstoename, verhoogde eetlust, vochtretentie, hypertensie, hyperglycemie, spierverlies en osteoporose.
  • DMARD’s en biologicals remmen ziekteactiviteit en ziekteprogressie, maar kunnen misselijkheid, diarree, anorexie, smaakstoornissen, lever- en nierfunctiestoornissen, verhoogde infectiekans en gewichtsverlies veroorzaken.
  • Bij methotrexaatgebruik is foliumzuursuppletie noodzakelijk om onder andere leverfunctiestoornissen en andere bijwerkingen te verminderen.

Waarom hebben RA-patiënten door medicatie meer risico op voedselinfecties? (p. 19)

DMARD’s en biologicals onderdrukken het immuunsysteem waardoor de gevoeligheid voor infecties, inclusief voedselinfecties, toeneemt.

Welke onderwerpen zijn belangrijk tijdens de voedingsanamnese bij RA en waarom is de voedingsinname van deze patiënten vaak onvolwaardig? (p. 13–14, 20–22)

Tijdens de voedingsanamnese bij RA wordt aandacht besteed aan het voedingspatroon, energie- en eiwitinname, supplementgebruik, eetlust, gewichtsverloop, medicatie, psychosociale factoren, eerdere dieetadviezen en praktische beperkingen bij boodschappen doen, koken en eten bereiden. Door pijn, ochtendstijfheid en vermoeidheid hebben veel patiënten moeite met dagelijkse activiteiten, waardoor maaltijden worden overgeslagen of minder volwaardig zijn. Daarnaast kunnen droge mond, medicatiebijwerkingen, exacerbaties en slikproblemen de voedselinname verder beperken. Veel patiënten proberen bovendien alternatieve dieetadviezen of eliminatiediëten omdat zij geloven dat voeding invloed heeft op hun klachten, ondanks beperkt wetenschappelijk bewijs. Hierdoor bestaat een verhoogd risico op eenzijdige voeding en tekorten.

Hoe beïnvloeden inflammatie en immobiliteit de energie- en eiwitbehoefte bij RA, welke gevolgen heeft dit voor de lichaamssamenstelling en waarom moet gewichtsreductie voorzichtig gebeuren? (p. 15, 18, 25)

Chronische inflammatie verhoogt het rustmetabolisme en stimuleert eiwitkatabolisme, terwijl pijn, stijfheid en vermoeidheid de lichamelijke activiteit verminderen. Hierdoor kunnen zowel cachexie als obesitas ontstaan en treedt vaak verlies van spiermassa en spierkracht op. Voldoende eiwitinname is daarom belangrijk om spiermassa en herstel te ondersteunen; aanbevolen wordt ongeveer 1,0–1,5 g eiwit per kilogram lichaamsgewicht per dag, verdeeld over meerdere maaltijden. Gewichtsreductie moet voorzichtig plaatsvinden omdat te snel afvallen het risico op verlies van spiermassa en ondervoeding verhoogt. Daarom wordt gewichtsverlies bij voorkeur gecombineerd met beweging en behoud van voldoende eiwitinname.

Waarom zijn calcium, vitamine D, ijzer en omega-3-vetzuren belangrijk bij RA en welke rol spelen zij binnen de dieetbehandeling? (p. 16–17, 25)

Bij RA bestaat door chronische inflammatie, immobiliteit en glucocorticoïdengebruik een verhoogd risico op osteoporose.
  • Daarom zijn voldoende calcium en vitamine D belangrijk om botverlies te beperken; bij glucocorticoïdgebruik wordt 20 microgram vitamine D per dag aanbevolen naast voldoende calciuminname.
  • Anemie komt vaak voor bij RA, maar ontstaat meestal door chronische inflammatie en niet uitsluitend door ijzertekort, hoewel onvoldoende ijzerinname soms kan bijdragen.
  • Daarnaast kunnen omega-3-vetzuren uit visolie (EPA en DHA) een anti-inflammatoir effect hebben, waardoor ochtendstijfheid en het gebruik van NSAID’s mogelijk verminderen, al zijn de effecten beperkt.

Waarom moet alcoholgebruik voorzichtig gebeuren bij RA? (p. 17)

Diverse DMARD’s zijn hepatotoxisch en alcohol kan deze levertoxiciteit versterken.

Welke alternatieve voedingsinterventies worden toegepast bij RA, waarom kiezen patiënten hiervoor en welke risico’s en beperkingen kent de wetenschappelijke evidence? (p. 20–22)

Patiënten met RA proberen regelmatig alternatieve voedingsinterventies zoals mediterrane voeding, vegetarische voeding, eliminatiediëten, vasten, visolie en verschillende supplementen, omdat zij verwachten dat voeding invloed heeft op hun klachten en ontstekingen. Mediterrane voeding wordt het vaakst aanbevolen omdat deze rijk is aan plantaardige producten, vis en olijfolie en mogelijk pijnklachten kan verminderen en de algemene gezondheid ondersteunt. Voor veel andere interventies, zoals eliminatiediëten en vasten, is het wetenschappelijk bewijs echter beperkt of inconsistent. Bovendien kunnen deze diëten leiden tot eenzijdige voeding, ondervoeding en tekorten aan voedingsstoffen wanneer zij langdurig of zonder begeleiding worden toegepast.

Wat zijn de belangrijkste doelen en uitgangspunten van de dieetbehandeling bij RA? (p. 24–27)

Verminderen van klachten, verbeteren van voedingstoestand, voorkomen van deficiënties, behouden van gezond gewicht, cardiovasculair risicomanagement, voorkomen van voedselinfecties en stimuleren van beweging volgens de Richtlijnen goede voeding en de Schijf van Vijf.

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo