Krause’s Food and the nutrition care process - Chaprter 39 - Rheumatic Disease

18 belangrijke vragen over Krause’s Food and the nutrition care process - Chaprter 39 - Rheumatic Disease

Wat is reumatoïde artritis, welke structuren worden aangetast en welke immunologische kenmerken spelen een rol bij de diagnose? (p. 800-801)

Reumatoïde artritis (RA) is een chronische auto-immuunziekte waarbij vooral gewrichten worden aangetast. Ontstekingen ontstaan in synoviale membranen en kunnen leiden tot schade aan kraakbeen, botten, pezen en ligamenten. Kenmerkend zijn autoantistoffen zoals reumafactor (RF) en anti-cyclische gecitrullineerde peptiden (ACPA’s), die belangrijk zijn voor de diagnose en prognose. Cytokinen spelen een centrale rol in het ontstekingsproces.

Welke symptomen en gewrichtsafwijkingen komen vaak voor bij RA en hoe verloopt de ziekte meestal? (p. 800-802)

RA veroorzaakt pijn, zwelling, roodheid, warmte, stijfheid en functieverlies van gewrichten. Vooral de kleine gewrichten van handen en voeten worden symmetrisch aangetast. De ziekte verloopt meestal in periodes van exacerbaties en remissies. Chronische ontsteking leidt tot beschadiging van kraakbeen en bot, verzwakking van spieren en ligamenten en uiteindelijk deformiteiten van gewrichten. Vermoeidheid en anemie komen ook vaak voor.

Welke factoren verhogen of verlagen mogelijk het risico op het ontwikkelen van RA? (p. 801)

Roken is de belangrijkste omgevingsfactor die samenhangt met het ontstaan van RA. Mogelijke beschermende factoren zijn antioxidanten in de voeding, borstvoeding en mogelijk matige consumptie van thee. Ook genetische aanleg, hormonale factoren en infecties spelen een rol.
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Sailabus

Hoe leidt het ontstekingsproces bij RA tot systemische en extra-articulaire complicaties? (p. 801-803)

Chronische ontsteking veroorzaakt niet alleen gewrichtsschade, maar ook systemische effecten zoals anemie, gegeneraliseerd botverlies, veranderingen in het maagdarmkanaal, cardiovasculaire aandoeningen en cachexie. Cytokinen verhogen het eiwitkatabolisme, verminderen spiermassa en verhogen het rustenergieverbruik. Hierdoor kunnen ondervoeding, spierverlies en vermoeidheid ontstaan.

Welke invloed heeft RA op de voedingstoestand en voedselinname van patiënten? (p. 803)

Pijn, vermoeidheid, verminderde mobiliteit en gewrichtsdeformaties kunnen boodschappen doen, koken en eten bemoeilijken. Ontstekingen verhogen bovendien het energie- en eiwitverbruik. Xerostomie, dysfagie, misselijkheid, smaakveranderingen en medicatiebijwerkingen kunnen de voedselinname verder verminderen. Hierdoor ontstaat risico op ondervoeding en verlies van spiermassa.

Welke medicamenteuze behandelingen worden toegepast bij RA en welke nutritionele gevolgen kunnen deze hebben? (p. 802)


NSAID’s en salicylaten worden gebruikt tegen pijn en ontsteking, maar kunnen maag-darmproblemen veroorzaken. Methotrexaat (MTX) is een veelgebruikte DMARD, maar kan leiden tot myelosuppressie, leverbeschadiging en folaattekort. Daarom wordt vaak foliumzuursuppletie gegeven. Corticosteroïden verhogen het risico op osteoporose. D-penicillamine kan proteïnurie veroorzaken en toxiciteit geven.

Waarom zijn gewichtsbehoud en lichaamsbeweging belangrijk bij RA? (p. 802-803)

Gewrichtspijn en vermoeidheid verminderen vaak de fysieke activiteit, wat leidt tot spierverlies en gewichtstoename door een sedentaire leefstijl. Overgewicht verhoogt de belasting van aangetaste gewrichten. Beweging helpt de mobiliteit, spierkracht, aerobe fitheid en psychologische gezondheid te verbeteren, terwijl gewichtsverlies de ziekteactiviteit kan verminderen.

Hoe verandert het energieverbruik bij RA en welke factoren beïnvloeden dit? (p. 803)


RA verhoogt het rustenergieverbruik door chronische ontsteking en verhoogd eiwitkatabolisme. Tegelijkertijd kan de totale energiebehoefte lager worden doordat patiënten minder bewegen wegens pijn en stijfheid. Energiebehoeften moeten daarom individueel aangepast worden aan ziekteactiviteit, vermoeidheid en activiteitenniveau.

Welke eiwitbehoefte wordt aanbevolen bij inflammatoire fases van RA? (p. 803)

Bij patiënten met RA die ondervoed zijn of zich in een inflammatoire fase bevinden, wordt een eiwitinname van 1,5 tot 2,0 g eiwit per kg lichaamsgewicht aanbevolen. Goed gevoede patiënten hebben deze verhoogde behoefte meestal niet.

Welke rol spelen omega 3- en omega 6-vetzuren bij ontsteking en RA? (p. 803-804)

Omega 3-vetzuren (EPA en DHA) hebben ontstekingsremmende eigenschappen doordat ze de vorming van pro-inflammatoire eicosanoïden verminderen. Omega 6-vetzuren, vooral arachidonzuur, kunnen juist ontstekingsbevorderende mediatoren vormen. Een hogere inname van omega 3-vetzuren kan daarom ontstekingsactiviteit bij RA verminderen.

Welke effecten heeft visolie bij RA en wanneer worden deze zichtbaar? (p. 803-804)

Visolie kan pijn, ochtendstijfheid en gewrichtsgevoeligheid verminderen en mogelijk de behoefte aan DMARD’s of NSAID’s verlagen. Een dosis van ongeveer 3-6 g visolie per dag wordt genoemd. De effecten ontstaan meestal pas na 6 tot 12 weken en verdwijnen weer wanneer de suppletie wordt gestopt.

Waarom wordt een mediterraan voedingspatroon aanbevolen bij RA? (p. 803)

Een mediterraan voedingspatroon bevat veel groenten, fruit, volkorenproducten, vis en onverzadigde vetten, en weinig verzadigd vet. Dit patroon levert antioxidanten en ontstekingsremmende vetzuren, ondersteunt de algemene gezondheid en kan ontstekingsactiviteit verminderen.

Welke rol speelt gamma-linoleenzuur (GLA) bij RA? (p. 804)

GLA is een omega 6-vetzuur uit onder andere teunisbloemolie en borageolie. Het kan leiden tot verhoogde productie van prostaglandine E1 (PGE1), dat ontstekingsremmende eigenschappen heeft. Hierdoor kan GLA bijdragen aan vermindering van pijn, ochtendstijfheid en gewrichtsgevoeligheid.

Waarom zijn antioxidanten belangrijk bij RA? (p. 804)

Oxidatieve stress speelt een rol bij gewrichtsschade en ontstekingsprocessen bij RA. Antioxidanten zoals vitamine E, selenium en andere micronutriënten kunnen schade door vrije radicalen helpen beperken en mogelijk ontstekingsactiviteit verminderen.

Welke micronutriënten verdienen speciale aandacht bij RA en waarom? (p. 804)

Folaat is belangrijk vanwege methotrexaatgebruik, dat folaattekort kan veroorzaken. Calcium en vitamine D zijn essentieel omdat corticosteroïden en ontstekingen osteoporose bevorderen. Vitamine B6 kan verlaagd zijn door NSAID-gebruik. Daarnaast kunnen lage spiegels van antioxidanten zoals selenium en vitamine E voorkomen.

Waarom is vitamine D belangrijk bij RA? (p. 804)

Vitamine D ondersteunt de botgezondheid en heeft immunomodulerende effecten. Tekorten komen vaak voor bij RA en kunnen bijdragen aan osteoporose en verhoogde ontstekingsactiviteit. Daarom moeten vitamine D-spiegels gecontroleerd en zo nodig gesuppleerd worden.

Welke dieetinterventies kunnen mogelijk symptomen van RA verminderen? (p. 803)

Een anti-inflammatoir of mediterraan voedingspatroon kan symptomen verminderen. Sommige patiënten ervaren verbetering door eliminatie van voedingsmiddelen of een vegetarisch/veganistisch dieet, mogelijk door vermindering van immuunreacties op voedingsantigenen. Intermitterend vasten kan tijdens acute fases tijdelijk pijnverlichting geven, maar biedt geen blijvend effect.

Waarom moet de dieetbehandeling bij RA individueel worden afgestemd? (p. 803-804)


RA-patiënten verschillen sterk in ziekteactiviteit, gewrichtsschade, medicatiegebruik, voedingstoestand en tolerantie voor voedingsmiddelen. Daarnaast beïnvloeden pijn, vermoeidheid, functionele beperkingen en ontsteking de voedingsbehoefte en voedselinname. Daarom vereist voedingstherapie altijd maatwerk.

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo