Theorieën over het ontstaan en ontwikkeling van delictgedrag - Drie modellen voor ontstaan en ontwikkeling van delictgedrag - Het antisociaal-potentieelmodel

6 belangrijke vragen over Theorieën over het ontstaan en ontwikkeling van delictgedrag - Drie modellen voor ontstaan en ontwikkeling van delictgedrag - Het antisociaal-potentieelmodel

Wat verklaart het antisociaal-potentieelmodel (Farrington)?

Het model maakt onderscheidt tussen
  • waarom iemand dader word
  • waarom op een bepaald moment een delict wordt gepleegd.

Wat leidt tot verhoging van het LTAP?

De hoogte het Lange Termijn Antisociaal Potentieel (LTAP)  wordt benvloed door langetermijn situationele/ sociale en individuele factoren:
  1. Lange termijn invloed op keuzes→vanuit armoede/laag inkomen/SES, werkloosheid/schooluitval, life efents
  2. Antisociale rolmodellen→ door criminele ouders, delinquente vrienden, omgevig (school/buurt) met veel criminaliteit of verslaving
  3. Hechtings of socialisatie problematiek→ ontstaan door a. inadequate en instabiele opvoeding (bv veel veranderingen in de gezinssituatie)
          b. individuele factoren: weinig of juist heel veel angst  hoge impulsiviteit, lage intelligentie.

Wat is de relatie tussen LTAP en KTAP?

  • Een hoog LTAP → minder KTAP nodig om tot een delict te komen
    (“kort lontje”)
  • Een laag LTAP → meer situatiefactoren nodig
    • Hogere cijfers + sneller leren
    • Niets twee keer studeren
    • 100% zeker alles onthouden
    Ontdek Sailabus

    Wat is het verschil tussen de gelegenheidstheorie en de routineactiviteiten theorie?

    De gelegenheidstheorie gaat over de aanwezigheid van een concrete kans op een delict, terwijl de routineactiviteitentheorie verklaart hoe leefpatronen bepalen waar en wanneer zulke kansen ontstaan.
    KTAP wordt verhoogd door situationele factoren;
    • gelegenheid zorgt voor een concrete kans op een delict
    • routineactiviteiten bepalen of iemand in zulke kansrijke situaties terechtkomt.

    Wat heeft de gelegenheidstheorie met KTAP te maken?

    KTAP gaat over korte-termijnfactoren die bepalen of iemand op een bepaald moment een delict pleegt.
    De gelegenheidstheorie hoort daarbij omdat:
    • een delict pas kan plaatsvinden als er een concrete mogelijkheid is
      (bijv. buit of slachtoffer aanwezig).
    ➡ Zonder gelegenheid geen verhoging van KTAP → geen delict op dat moment.

    Dus:
    Gelegenheid verhoogt het KTAP doordat er op dat moment een concrete kans is om een delict te plegen.

    Wat heeft de routineactiviteitentheorie met KTAP te maken?

    Routineactiviteiten bepalen:
    • waar iemand komt
    • met wie
    • op welke momenten
    Daardoor beïnvloeden ze:
    • of iemand in situaties komt waar gelegenheid is.
    Voorbeelden:
    • Bekende buurt → makkelijker inbreken
    • Veel uitgaan en drinken → grotere kans op geweld (dader of slachtoffer)
    ➡ Routineactiviteiten vergroten of verkleinen dus het KTAP op dat moment.

    Dus:
    Routineactiviteiten beïnvloeden het KTAP doordat ze bepalen of iemand in situaties komt waar een delict mogelijk is.

    De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

    • Een unieke studie- en oefentool
    • Nooit meer iets twee keer studeren
    • Haal de cijfers waar je op hoopt
    • 100% zeker alles onthouden
    Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
    Trustpilot-logo