Samenloop en ne bis in idem - achtergronden en historie van het feit-bergrip

37 belangrijke vragen over Samenloop en ne bis in idem - achtergronden en historie van het feit-bergrip

Wat is het strafrechtelijke feitbegrip en waarom is het belangrijk?

Het strafrechtelijke feitbegrip bepaalt of één gebeurtenis juridisch telt als één feit of als meerdere feiten. Dat is belangrijk omdat het gevolgen heeft voor:
  • hoeveel delicten ten laste kunnen worden gelegd
  • of herhaalde vervolging is toegestaan

Wat is het verschil tussen “strafbare feiten” en “redengevende feiten en omstandigheden”?

Strafbare feiten zijn de juridische delicten die de rechter beoordeelt. Redengevende feiten en omstandigheden zijn de concrete aanwijzingen die een verdenking en het bewijs ondersteunen, zoals:
  • wat in processen verbaal staat

Wat is het verschil tussen samenloop en ne bis in idem?

Samenloop gaat over gelijktijdige berechting van meerdere delicten in één zaak, bijvoorbeeld:
  • eendaadse samenloop
  • meerdaadse samenloop
Ne bis in idem gaat over een tweede vervolging na een eerdere definitieve rechterlijke beslissing over hetzelfde feitencomplex.
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Sailabus

Waarom is het feitbegrip bij samenloop niet hetzelfde als bij art. 68 SR?

Bij samenloop draait het vooral om het voorkomen van onevenredige cumulatie van straffen binnen één procedure. Bij art. 68 Sr speelt ook de bescherming tegen:
  • een tweede vervolging
  • dus tegen opnieuw procederen

Wat was de oude, eenvoudige manier om een feit te herkennen?

De oude benadering keek vooral naar fysieke eenheid. Dat betekent:
  • één handeling
  • op één tijdstip
  • op één plek
  • en dus snel één feit

Waarom schoot die fysieke benadering tekort?

Omdat één fysieke handeling strafrechtelijk verschillende verwijten kan bevatten. Dan kan een te ruime bescherming ontstaan waardoor:
  • vervolging van een wezenlijk ander strafrechtelijk verwijt wordt geblokkeerd

Wat gebeurde er in HR 15 februari 1932, Oude Kijk in ’t Jatstraat?

In dit arrest ging het om één bestuurder die tegelijk zonder goede verlichting reed en onder invloed reed. De vraag was of dat:
  • één feit opleverde

Wat is de kernbeslissing van HR Oude Kijk in ’t Jatstraat (1932)?

De Hoge Raad oordeelde dat geen sprake was van één feit voor eendaadse samenloop. Eén fysieke gedraging kan:
  • meerdere strafrechtelijke feiten opleveren
  • als de strafrechtelijke kenmerken wezenlijk verschillen

Welke gedachte volgt uit HR Oude Kijk in ’t Jatstraat (1932) voor het feitbegrip?

Niet de fysieke handeling is doorslaggevend, maar de strafrechtelijke betekenis. Je kunt dus:
  • één handeling hebben met meerdere zelfstandige strafrechtelijke verwijten

Wat is het risico als je het feitbegrip te juridisch maakt?

Dan wordt bijna alles “een ander feit”, omdat delicten bijna altijd verschillen in strekking en rechtsgoed. Dat maakt:
  • bescherming tegen dubbele vervolging te zwak

Wat gebeurde er in HR 21 november 1961, Emmense bromfietser?

Een bromfietser was op dezelfde plaats en hetzelfde moment dronken op de weg en reed ook dronken. De vraag was of:
  • vervolging voor het tweede na een eerdere beslissing nog mocht

Wat is de kernbeslissing van HR Emmense bromfietser (1961)?

De Hoge Raad nam wél “hetzelfde feit” aan in de zin van art. 68 Sr, omdat er een sterke samenhang was in:
  • gelijktijdigheid
  • gedraging
  • schuld
  • ondanks verschillende strafbepalingen

Wat leer je uit HR Emmense bromfietser (1961) over “hetzelfde feit”?

“Hetzelfde feit” is niet puur fysiek en ook niet puur juridisch. Het draait om een combinatie van:
  • de concrete gedragingen
  • de strafrechtelijke verwantschap van het verwijt

Wat betekent “verwantschap in gedragingen” bij het feitbegrip?

Dat de gedragingen inhoudelijk sterk op elkaar aansluiten, bijvoorbeeld:
  • dezelfde handeling
  • hetzelfde gedragspatroon
Het gaat om wat de verdachte deed, niet alleen om de wetsartikelen.

Wat betekent “wezenlijke samenhang in handelingen en schuld” bij het feitbegrip?

Dat het verwijt aan de verdachte in essentie dezelfde normschending betreft. De rechter kijkt of je:
  • het redelijkerwijs als één verwijt kunt zien

Waarom is de lijn van 1961 belangrijk voor tentamenvragen?

Omdat je moet kunnen uitleggen dat art. 68 Sr bescherming kan geven ook als de delicten niet identiek zijn. De context en samenhang kunnen maken dat:
  • het toch hetzelfde feit is

Welke twee arresten vormen samen de historische kern van 2.2?

HR Oude Kijk in ’t Jatstraat (1932) laat een versmalling zien door een juridische benadering. HR Emmense bromfietser (1961) laat daarna een verruiming zien door:
  • meer samenhang mee te wegen

Wat is de functie van het overzichtsarrest HR 1 februari 2011, art. 68 SR?

Dit arrest geeft een helder toetsingskader om te bepalen of sprake is van “hetzelfde feit” bij art. 68 Sr. Het ordent de vergelijking in:
  • juridische en feitelijke factoren

Welke twee hoofdfactoren gebruikt HR overzichtsarrest art. 68 SR (2011)?

Factor A is de juridische aard van de feiten, zoals:
  • rechtsgoed
  • strafmaximum
Factor B is de gedraging van de verdachte, zoals:
  • aard
  • tijd
  • plaats
  • omstandigheden

Wat valt onder “juridische aard van de feiten” in HR 2011?

Je kijkt naar welke belangen worden beschermd door de delictsomschrijvingen en hoe zwaar de wet het verwijt acht, wat vaak blijkt uit:
  • het strafmaximum
  • misdrijf of overtreding

Wat valt onder “gedraging van de verdachte” in HR 2011?

Je vergelijkt de concrete gedragingen, inclusief hun:
  • aard
  • strekking
  • tijd
  • plaats
  • omstandigheden
Het gaat om wat feitelijk is verweten.

Wat is de vuistregel uit HR overzichtsarrest art. 68 SR (2011)?

Als er een aanzienlijk verschil is in juridische aard of in gedragingen, dan is er meestal geen sprake van hetzelfde feit. Kleine verschillen sluiten “hetzelfde feit” niet automatisch uit.

Hoe pas je HR 2011 toe in een tentamencasus in één zin?

Je vergelijkt het eerste en tweede verwijt op juridische aard en op gedragingen, en je motiveert waarom verschillen groot of juist beperkt zijn.

Waarom is HR 2011 ook relevant voor wijzigingen van de tenlastlegging?

Omdat dezelfde maatstaf voor “hetzelfde feit” ook terugkomt bij de grenzen van wijziging van de tenlastelegging tijdens het proces. De vergelijking blijft dezelfde.

Wat is de kern van samenloop waar 2.2 je op voorbereidt?

Je moet kunnen uitleggen wanneer één feitencomplex in één procedure toch als één verwijt wordt gezien, zodat cumulatie van strafbepalingen wordt beperkt.

Wat is de functie van HR 20 juni 2017, overzichtsarrest eendaadse samenloop en voortgezette handeling?

Dit arrest geeft het huidige kader voor samenloop, met name dat eendaadse samenloop en voortgezette handeling ruimer kunnen worden toegepast dan in:
  • oudere rechtspraak

Wat is het centrale criterium voor eendaadse samenloop volgens HR 2017?

Het gaat erom of de bewezen gedragingen zo samenhangend zijn in tijd en plaats dat de verdachte daarvan in wezen één verwijt wordt gemaakt, ook als:
  • de strafbepalingen niet identiek zijn

Wat is het centrale criterium voor voortgezette handeling volgens HR 2017?

Het gaat om elkaar opvolgende gedragingen die zo nauw samenhangen dat zij in wezen één verwijt opleveren. Het criterium van:
  • één ongeoorloofd wilsbesluit blijft relevant

Wat betekent “strekking van strafbepalingen” bij samenloop in gewone taal?

Dat je kijkt welke belangen en welk soort normschending de strafbepaling wil bestrijden. Bij te ver uiteenlopende doelen is samenloop als één verwijt minder snel aan de orde.

Wat is het verschil in focus tussen HR 2011 en HR 2017?

HR 2011 is het toetsingskader voor “hetzelfde feit” bij art. 68 Sr, dus tegen tweede vervolging. HR 2017 is het kader voor samenloop binnen één zaak, dus tegen:
  • onredelijke cumulatie

Waarom kan hetzelfde feitencomplex bij samenloop anders uitpakken dan bij art. 68 SR?

Omdat samenloop gaat over straffen stapelen binnen één procedure, terwijl art. 68 Sr ook gaat over het voorkomen van:
  • opnieuw vervolgen
Die extra bescherming kan tot een andere afbakening leiden.

Casusdenkvragen: één gebeurtenis, twee verwijten, welke route kies je?

Vraag eerst of het om één procedure gaat met meerdere tenlasteleggingen, dan denk je aan samenloop en HR 2017. Gaat het om een tweede vervolging na een eerdere definitieve uitspraak, dan denk je aan:
  • art. 68 Sr en HR 2011

Waarom is de ontwikkeling 1932 naar 1961 logisch te verklaren?

1932 wilde voorkomen dat één fysieke handeling alles tot één feit maakt. 1961 corrigeert dat om te voorkomen dat het feitbegrip te eng wordt en:
  • art. 68 Sr zijn beschermingsfunctie verliest

Wat is de belangrijkste tentamenregel die je uit HR 2011 moet kunnen opschrijven?

Vergelijk het verwijt op juridische aard en gedragingen. Een groot verschil op één van beide maakt “hetzelfde feit” onwaarschijnlijk, maar het blijft:
  • casuïstisch

Wat is de belangrijkste tentamenregel die je uit HR 2017 moet kunnen opschrijven?

Eendaadse samenloop en voortgezette handeling vragen om een samenhangend feitencomplex dat in wezen één verwijt oplevert, ook als:
  • de strafbepalingen niet volledig samenvallen

Wat is de belangrijkste tentamensamenvatting van de historische lijn in 2.2?

Het feitbegrip ging van een fysieke benadering naar een juridische benadering, en daarna naar een gecombineerde benadering waarin:
  • samenhang en context weer meetellen

Wat is de kern van subonderdeel 2.2 in één zin?

Je moet het feitbegrip historisch en juridisch begrijpen, en het huidige recht kunnen toepassen via HR 2011 voor art. 68 Sr en via HR 2017 voor samenloop.

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo