Communicatie over gezondheid en ziekte

9 belangrijke vragen over Communicatie over gezondheid en ziekte

Welke 2 fenomenen tussen de cliënt en de hulpverlener beïnvloed sterk de communicatie?

  1. Het perspectief op ziekte en gezondheid (door diversiteit)
  2. De veranderingen door de participatiesamenleving

Wat zijn de diversiteitselementen die er voor zorgen dat de perceptie op ziekte en gezondheid bepaald?

  1. Sociale klassen en professionele socialisatie (SES)
  2. Cultuur of etniciteit
  3. Religie of levensbeschouwing
  4. Sekse en gender'
  5. Generatie en levensfase
  6. Ziekte, gezondheid, talenten en handicaps of beperkingen
  7. Seksuele oriëntatie of identiteit

Wat betekent 'we kijken vanuit een caleidoscopische visie'?

We kijken met verschillende invalshoeken
We leggen de focus niet op verschillende elementen maar hoe deze met elkaar samenhangen.
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Sailabus

Waar pleit het brugmodel voor?

Dat gesprekspartners diepgaande empathie moeten hebben en elkaar moeten benaderen vanuit een houding van nieuwschierigheid, respect en oprechtheid.

3 vragen vormen de kern van het brugmodel:
1. Wat kan ik weten?
2. Hoe wil ik met de ander omgaan?
3. Wat doe ik?

Wat zijn de vijf aandachtsvelden waarbinnen verschillen tussen gesprekspartners kunnen bestaan in het TOPOI-model (Hoffman)

  1. Taal (verbaal en non-verbaal)
  2. Ordening (manier waarop mensen de wereld om zich heen ordenen)
  3. Personen (Manier waarop mensen zichzelf ervaren, hoe ze kijken naar anderen en hoe ze de relaties ervaren)
  4. Organisatie (welke invloed hebben normen en waarden binnen een organisatie op de communicatie)
  5. Inzet (Beweegredenen, de waarden, verlangens, behoeften en emoties van mensen)

Door welke vragen kan je als hulpverlener inzicht krijgen in de zienswijzen van een ander? TOPOI model

  1. Hoe taalvaardig is mijn cliënt? (taal)
  2. Welke uitgangspunten heeft de anderen die van belang zijn voor de hulpverlening? (ordening)
  3. Hoe kijkt hij naar mij en anderen hulpverleners?(personen)
  4. Welke kennis heeft de cliënt van de uitgangspunten binnen de organisatie waar ik werk of waar hij hulp van kan krijgen? (organisatie)
  5. Wat vind mijn cliënt zelf belangrijk of waardoor komt hij in beweging of waar heeft hij behoefte aan? (inzet)

Door welke vragen kan je als hulpverlener inzicht krijgen in de zienswijzen van een ander? TOPOI model

  1. Hoe taalvaardig is mijn cliënt? (taal)
  2. Welke uitgangspunten heeft de anderen die van belang zijn voor de hulpverlening? (ordening)
  3. Hoe kijkt hij naar mij en anderen hulpverleners?(personen)
  4. Welke kennis heeft de cliënt van de uitgangspunten binnen de organisatie waar ik werk of waar hij hulp van kan krijgen? (organisatie)
  5. Wat vind mijn cliënt zelf belangrijk of waardoor komt hij in beweging of waar heeft hij behoefte aan? (inzet)

Wat ia permanente receptiviteit?

Voortdurende ontvankelijkheid

Welke elementen spelen er een rol in een goede interactie tussen hulpverlener en cliënt?

  • Cliëntfactoren (40%)
    • Intrapsychische kenmerken en de interpersoonlijke competenties van de cliënt en de rol die de sociale context van de cliënt speelt
  • Therapeutische relatie (20%)
    • Manier waarop de cliënt de relatie ervaart
  • Theapeutfactoren (15%)
    • Open houding die niet oordelend is, betrokken, warm en flexibel reageren op de cliënt
  • Placebo-effecten (10%)
  • Therapeutische modellen en technieken (10%)
    • Structuur en focus tijdens gesprekken

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo