Samenvatting: Module 3A4: Bewegingsleer Appendiculaire Skelet Deel 1
- Deze + 400k samenvattingen
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden
Lees hier de samenvatting en de meest belangrijke oefenvragen van Module 3a4: Bewegingsleer Appendiculaire skelet deel 1
-
1 Inleiding
Dit is een preview. Er zijn 8 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1
Laat hier meer flashcards zien -
Wat is het doel van de cursusdagen 3a4 Bewegingleer?
Het doel is om zowel theoretisch als praktisch je kennis uit te breiden gericht op spieren en bewegingsleer in relatie tot massagetherapie. -
Waar loopt de M. Trapezius van en naar?
Het loopt van de dorsale middenlijn tussen C3 - Th10 naar de kam van het schouderblad. -
2 Spieren appendiculaire skelet
Dit is een preview. Er zijn 3 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 2
Laat hier meer flashcards zien -
Wat omvatten de spieren van het appendiculair skelet?
De spieren van de schouders/voorpoten én het bekken/achterpoten. -
Wat is de functie van de spieren van bekken/achterpoten?
Ze hebben minder gewicht te dragen en hebben juist een voortstuwende functie. -
2.1 Spieren voorpoot
Dit is een preview. Er zijn 7 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 2.1
Laat hier meer flashcards zien -
Wat zijn de spieren die de verbinding vormen tussen de voorpoot en de romp?
Deextrinsieke spieren zijn:
m.trapezius ,
m.rhomboideus ,
m.omotransversarius ,
m.serratus ventralis thoracis encervicis ,
m.pectoralis superficialis enprofundus ,
m.brachiocephalicus ,
m.latissimus dorsi . -
Wat zijn de spieren van de bovenarm caudaal?
De spieren van debovenarm caudaal zijn:
m.triceps ,
m.anconeus ,
m.tensor fasciae antebrachii . -
2.1.1 Oppervlakkige spieren schouder en bovenarm
Dit is een preview. Er zijn 7 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 2.1.1
Laat hier meer flashcards zien -
Welke zenuwen zijn verantwoordelijk voor de innervatie van de m. Sternocephalicus en wat zijn de origo en insertie van deze spier?
Werkboek: Pagina, H6.1a, Nr 1
M. Sternocephalicus behoort tot de hypaxiale spieren van de cervicale wervelkolom (axiaal skelet).
Origo = Craniaal deel sternum (borstbeen)
Insertie = Fascia verbonden met crista nuchea (kam achterhoofd) | Processus mastoideus os temporale (slaapbeen, aansluiting op crista nuchea)
Innervatie = Ventrale tak nervus accessorius
Functie/beweging = Contractie bilateraal: openen mond, buigen en stabiliseren nek | Contractie unilateraal: latero-flexie en rotatie hoge nek en hoofd -
Waar bestaat de spier m. brachiocephalicus en waar behoren deze bij?
cleidocephalicus ,cleidomastoideus cleidobrachialis
Behoort tot de hypaxiale spieren van de cervicale wervelkolom (axiaal skelet) -
Welke zenuwen zijn verantwoordelijk voor de innervatie van de m pectoralis profundus en wat zijn de origo en insertie van deze spier?
m .pectoralis superficialis (niet in afbeelding) bestaat uit een dwarsgelegen deel (transversus) en een dalend deel (descendens)
Origo = Borstbeen, rib 1-3 | 1/3 zijde craniaal van manubrium sterni | Tuberositas deltoidea
Insertie = tuberositas deltoidea (nr 4 pg 58 werkboek) | 1/3 zijde van kam humerus
Innervatie = Craniale pectorale zenuw plexus brachialis
Functie/beweging = Verbindt bovenarm met romp | Zorgt voor adductie van de voorpoot | Spant de antibrachial fascia aan | Ondersteunt in protractie en retractie | Stabiliseert poten gedurende beweging
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden















