Samenvatting: Materieel Strafrecht Mr. J. De Hulle
- Deze + 400k samenvattingen
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden
Lees hier de samenvatting en de meest belangrijke oefenvragen van Materieel strafrecht Mr. J. de Hulle
-
3 III De objectieve zijde van een strafbaar feit
Dit is een preview. Er zijn 1 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 3
Laat hier meer flashcards zien -
3.1.2 Op welke manier en door wie kan de delictsgedraging worden gepleegd?
Dit is een preview. Er zijn 3 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 3.1.2
Laat hier meer flashcards zien -
Regelmatig wordt voor de strafrechtelijke relevante gedraging vereist dat deze door een bepaald rechtssubject is verricht. Dat normadressaatschap speelt een rol bij kwaliteitsdelicten, die alleen kunnen worden gepleegd door iemand met een bepaalde kwaliteit. Noem een voorbeeld?
Bestuurder van een auto
Een kind
Vergunninghouder
De norm richt zich dan in zoverre alleen tot deze rechtssubjecten dat alleen zij het feit kunnen plegen (doorgaans kan wel eenieder deelnemen aan dat feit). -
3.1.3 Geen puur fysiek gedragingsbegip
-
Het pure fysieke gedragingsbegrip behoeft nuancering, waarom?
- Wil en gedrag vertonen samenhang: objectieve en subjectieve zijde van het delict zijn niet strikt los van elkaar te zien. Strafrechtelijk bekeken zijn alleen gedragingen van belang die in zeker verband met de wil en met het bewustzijn staan (iets kapot maken door epileptische toeval, door raam worden gedrukt- missen strafrechtelijke relevantie). Wil aspect in de gedraging van belang bij functioneel daderschap en daderschap van de rechtspersoon.
- Het fysieke aspect van de gedraging domineert niet altijd. Het kan ook gaan om het bewerkstelligen van een bepaald resultaat door degene die verantwoordelijk is.
Azewijnse paard arrest -
3.2 Strafrechtelijke causaliteit
Dit is een preview. Er zijn 2 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 3.2
Laat hier meer flashcards zien -
Bij moeilijke gevallen van causaliteit kan aan de orde zijn of tussen een gedraging en een gevolg natuurkundig en/of normatief causaliteit kan of mag worden aangenomen. In welke gevallen doet zich dit voor?
Dit doet zich voor bijnalaten ,inhalende ofinterveniërende oorzaken,cumulatieve oorzaken enalternatieve scenario's . Door de tijd heen zijncausaliteitstheorieën en criteria tot stand gebracht, waaronder het nu geldende criterium van deredelijke toerekening . -
3.2.1 Plaatsbepaling
Dit is een preview. Er zijn 1 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 3.2.1
Laat hier meer flashcards zien -
Waaruit blijkt dat causaliteit een belangrijk leerstuk is voor strafrechtelijke aansprakelijkheid?
Opgenomen en verscholen in delictsomschrijvingen. -
Het veroorzaken van gevolgen vormt regelmatig de kern van het strafrechtelijke verwijt. Waar is dat te vinden?
Vooral in het commune strafrecht (klassieke strafrecht- dat gaat over veelvoorkomende misdrijven en overtredingen uit het Wetboek van Sr.).
De meeste klassieke strafbaarstellingen zijn materiële delicten en er zijn ook delicten waar bepaalde gevolgen als wettelijke strafverzwarende omstandigheden functioneren.
Bij een delict als mishandeling (art. 300 Sr) of dood door schuld (art. 307 Sr) staat het resultaat zelfs voorop en is de gedraging niet omschreven! -
Ook wanneer een delictsomschrijving alleen een bepaalde gedraging centraal stelt zijn de gevolgen vaak toch van belang voor het fundament van de strafbaarstelling. Noem een voorbeeld.
Zo wordt bij diefstal alleen het wegnemen van een goed vereist, maar het gevolg, zoals het verlies van eigendom, vormt de grond van strafbaarstelling, terwijl ook voor het wegnemen wel enig effect moet worden bewerkstelligd. -
3.2.3 Causaliteit aan de hand van de redelijke toerekening
Dit is een preview. Er zijn 1 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 3.2.3
Laat hier meer flashcards zien -
Wat is van belang voor de vraag of het redelijk is een gevolg toe te rekenen aan de verdachte?
1. Hetgedrag van deverdachte (HR niet behandelde longinfectie);
2. Soort en mate vanschuld van deverdachte ;
3. Anderecausaliteitstheorieën ; conditio sine qua non, adequatietheorie
4. Strekking van het delict. -
3.2.4 Redelijke toerekening bij moeilijke gevallen
Dit is een preview. Er zijn 1 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 3.2.4
Laat hier meer flashcards zien -
Waardoor beidt de Leer van de redelijke toerekening uitkomst in moeilijke causaliteitsgevallen?
Door de normatieve in plaats van strikt feitelijke aard van de leer. -
3.3.2 Wederrechtelijkheid als delictsbestanddeel
Dit is een preview. Er zijn 2 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 3.3.2
Laat hier meer flashcards zien -
Soms is de wederrechtelijkheid niet als bestanddeel opgenomen, maar zit het verpakt in een ander bestanddeel. Wanneer is dat het geval?
Vermogensdelicten.
Tekst: oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening of bevoordeling. Dan is er geen min of meer objectieve wederrechtelijkheid vereist, maar slecht een op wederrechtelijkheid gericht oogmerk. -
Wat betekent het bestanddeel wederrechtelijkheid?
Volgens Remmelink wetgever daarmee op doelde op zonder eigen recht.
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden















