Anatomie Appendiculair skelet - achterpoot - Botten en gewrichten
14 belangrijke vragen over Anatomie Appendiculair skelet - achterpoot - Botten en gewrichten
Wat zijn de Latijnse benamingen en vertalingen van de botten in de achterpoot? Plaatje staat op hfd 7.1 pagina 82.
2. os ischii: zitbeen
3. os pubis: schaambeen
4. femur: dijbeen
5. patella: knieschijf
6. fabellae: sesambeentje
7. tibia: scheenbeen
8. fibula: kuitbeen
9. calcaneus: hielbeen
10. ossa tarsi: voetwortelbeenderen
11. ossa metatarsalia: middenvoetsbeentjes
A art. Coxae: heupgewricht
B art. Genus: kniegewricht
C art. Femorotibiale: gewricht tussen dijbeen en scheenbeen
D art. Femoropatellare: gewricht dijbeen en knieschijf
E art. Tibiofibulare proximalis: gewricht tussen spaakbeen en kuitbeen proximaal (richting kniegewricht)
F art. Tibiofibulare distalis: gewricht tussen scheenbeen en kuitbeen distaal (richting spronggewricht/hak)
H art. Talocrurale: spronggewricht
I art. Metatarsophangeale: middenvoetsbeentjesgewricht
J art. Interphalangeale proximalis at distalis: interphangeale gewricht proximaal en distaal
Welke Latijnse benamingen horen bij specifieke elementen van het kniegewricht?
- Condylus lateralis is de knobbel dijbeen lateraal.
- Tibia staat voor scheenbeen.
- Fibula betekent kuitbeen.
- Trochlea is de kraakbeensleuf.
- Lig. collaterale laterale is de laterale band van de knie.
- Lig. collaterale mediale staat voor de mediale band van de knie.
- Lig. cruciatum cranialis is het voorste kruisband.
- Lig. cruciatum caudalis betekent achterste kruisband.
- Meniscus lateralis is de laterale meniscus.
- Meniscus medialis staat voor de mediale meniscus.
- Lig. patellae betekent knieschijfband.
Wat zijn de Latijnse benamingen en vertalingen van de botten in de achterpoot? Plaatje staat op hfd 7.1 pagina 82.
2. os ischii: zitbeen
3. os pubis: schaambeen
4. femur: dijbeen
5. patella: knieschijf
6. fabellae: sesambeentje
7. tibia: scheenbeen
8. fibula: kuitbeen
9. calcaneus: hielbeen
10. ossa tarsi: voetwortelbeenderen
11. ossa metatarsalia: middenvoetsbeentjes
A art. Coxae: heupgewricht
B art. Genus: kniegewricht
C art. Femorotibiale: gewricht tussen dijbeen en scheenbeen
D art. Femoropatellare: gewricht dijbeen en knieschijf
E art. Tibiofibulare proximalis: gewricht tussen spaakbeen en kuitbeen proximaal (richting kniegewricht)
F art. Tibiofibulare distalis: gewricht tussen scheenbeen en kuitbeen distaal (richting spronggewricht/hak)
H art. Talocrurale: spronggewricht
I art. Metatarsophangeale: middenvoetsbeentjesgewricht
J art. Interphalangeale proximalis at distalis: interphangeale gewricht proximaal en distaal
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden
Wat zijn de Latijnse benamingen en vertalingen van bepaalde heupbeenderen en structuren? Plaatje staat bij hfd 7.2 pagina 83-84.
2. ischium: zitbeen
3. pubis: schaambeen
6. spina ischiadica: darmbeendoorn
7. foramen obturatum: letterlijk 'verstopte' opening
8. tuberositas ischiadicum: zitbeenknobbel
9. symphysis pubica: schaambeensnaad
10. arcus ischiadicus: zitbeenboog
13. lig. sacrotuberale: sacrotuberaal ligament
14. acetabulum: heupkom
15. sacrum: heiligbeen
Wat zijn de Latijnse benamingen van de onderdelen van het heupgewricht en hun Nederlandse vertalingen? Plaatje staat op hfd 7.3 pagina 85.
2. Caput ossis femoris: dijbeenkop
3. Lig. teres: ligament kop-kom heup
5. Trochanter major: grote knobbel dijbeen
7. Trochanter minor: kleine knobbel dijbeen
9. ala ossis ilii: darbeenvleugel
10. Capsula articularis: gewrichtskapsel
Wat zijn de Latijnse benamingen van de onderdelen van het heupgewricht en hun Nederlandse vertalingen? Plaatje staat op hfd 7.3 pagina 85.
2. Caput ossis femoris: dijbeenkop
3. Lig. teres: ligament kop-kom heup
5. Trochanter major: grote knobbel dijbeen
7. Trochanter minor: kleine knobbel dijbeen
9. ala ossis ilii: darbeenvleugel
10. Capsula articularis: gewrichtskapsel
Wat zijn de vertalingen van de Latijnse benamingen voor de delen van de femur? Plaatje staat op hfd 7.4 pagina 86-87.
4. Trochanter minor vertaalt naar kleine kop dijbeen.
7. Femoral trochlea betekent sleuf kraakbeen.
8. Condylus lateralis femoris is knobbel lateraal.
9. Condylus medialis femoris betekent knobbel mediaal.
14. Patella is de knieschijf.
15. Fabellae wordt vertaald als sesambeentje.
Wat zijn de vertalingen van de Latijnse benamingen voor de delen van de femur? Plaatje staat op hfd 7.4 pagina 86-87.
4. Trochanter minor vertaalt naar kleine kop dijbeen.
7. Femoral trochlea betekent sleuf kraakbeen.
8. Condylus lateralis femoris is knobbel lateraal.
9. Condylus medialis femoris betekent knobbel mediaal.
14. Patella is de knieschijf.
15. Fabellae wordt vertaald als sesambeentje.
Wat zijn de benamingen en vertalingen van de onderdelen van de tibia en fibula volgens sectie H 7.6? Plaatje staat op pangina 90-91.
2. Condylus lateralis tibiae: knobbel scheenbeen lateraal (zijde knie)
3. Condylus medialis: knobbel scheenbeen mediaal (zijde knie)
8. Malleolus medialis: knobbel onderzijde scheenbeen (zijde spronggewricht/hak)
9. Malleolus lateralis: knobbel onderzijde kuitbeen (zijde spronggewricht/hak)
Wat zijn de benamingen en vertalingen van de onderdelen van de tibia en fibula volgens sectie H 7.6? Plaatje staat op pangina 90-91.
2. Condylus lateralis tibiae: knobbel scheenbeen lateraal (zijde knie)
3. Condylus medialis: knobbel scheenbeen mediaal (zijde knie)
8. Malleolus medialis: knobbel onderzijde scheenbeen (zijde spronggewricht/hak)
9. Malleolus lateralis: knobbel onderzijde kuitbeen (zijde spronggewricht/hak)
Wat is de rol van het heupgewricht in beweging en stabiliteit?
- Het heupgewricht is een kogelgewricht met veel bewegingsruimte.
- Verschillende ligamenten, zoals het lig. teres, houden de femur op zijn plaats.
- Spieren rondom helpen stabiliteit door de heupkop in de heupkom te duwen.
- Bij aandoeningen, zoals heupdysplasie, neemt bewegingsvrijheid af en kan artritis optreden.
- Onjuiste beweging kan leiden tot slijtage en verminderde kracht en stabilisatie.
Hoe functioneert het kniegewricht en wat is zijn complexiteit?
- De knie is een complex samengesteld gewricht.
- Ligamenten en menisci stabiliseren de knie en zorgen voor soepele beweging.
- Menisci hebben een schokdempende werking en zorgen voor aansluiting van femur en tibia.
- De patella is een sesambeen dat krachtverdeling beïnvloedt.
- De structuur is noodzakelijk voor een goede beweging en krachtoverdracht.
Wat zijn de Latijnse benamingen en vertalingen van de gewrichten in de achterpoot?
- A art. coxae: heupgewricht
- B art. genus: kniegewricht
- C art. femorotibiale: gewricht tussen dijbeen en scheenbeen
- D art. femoropatellare: gewricht tussen dijbeen en knieschijf
- E art. tibiofibulare proximalis: gewricht tussen scheenbeen en kuitbeen (richting kniegewricht)
- F art. tibiofibulare distalis: gewricht tussen scheenbeen en kuitbeen (richting spronggewricht/hak)
- H art. talocrurale: spronggewricht
- I art. metatarsophalangeale: middenvoetsbeentjesgewricht
- J art. interphalangeale: interphalangeale gewricht proximaal en distaal proximalis et distalis
Wat is de rol van het bekken in het skelet van de hond?
- Het bekken is cruciaal in het skelet van de hond.
- Verbindt aan de wervelkolom via het sacrum (ilio-sacrale gewricht).
- Is de verbinding met de achterpoten.
- Banden, pezen en spieren hechten aan verschillende delen van het bekken.
- Bindweefsel, ligamenten en platen verbinden met lumbale wervels, poten en sacrum.
- Afwijkingen in één deel beïnvloeden andere delen.
De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden















