Het negentiende-eeuwse openbare etnografische museum

5 belangrijke vragen over Het negentiende-eeuwse openbare etnografische museum

In de inleiding van hoofdstuk 8, het negentiende-eeuwse openbare etnografische museum, schetst Mary Bouquet Philip Franz Von Siebolds pleidooi voor het stichten van een Etnografisch Museum.
Wat stond Von Siebold precies voor ogen met betrekking tot het stichten van een etnografisch museum, en welke collecties zouden daarin vertegenwoordigd moeten zijn?

Een wetenschappelijk en systematisch geordende verzameling van objecten uit niet-Europese landen, die een beeld zou verschaffen van hun kunst, wetenschappen, landbouw, ambachten en handel. Het soort etnografisch museum dat Von Siebold voor ogen stond verschilde van het Koninklijk Kabinet van Zeldzaamheden in Den Haag dat in 1816 in handen van de overheid was gekomen. Wat hem voor ogen stond was de stichting van een algemeen etnografisch museum voor de diverse Japanse collecties in Leiden en Den Haag die, ofschoon rijkseigendom, nog steeds eerder een privaat dan een openbaar karakter hadden (p. 219)

Wat weerspiegelt volgens Bouquet de groei van Japanse collecties in Nederland aan het einde van de jaren 1820?

De groei van de Japanse collecties aan het einde van de jaren twintig van de negentiende eeuw weerspiegelde enerzijds de Nederlandse handelsbetrekkingen met Japan (waar de koninklijke familie sinds lange tijd aanzienlijke belangen in had), anderzijds ook een esthetische waardering van hun technische perfectie en schoonheid. (p. 219)

Wanneer duikt de term “etnografie” op en wat wordt ermee bedoeld?

De term “etnografie” duikt tijdens de tweede helft van de achttiende eeuw op in het wetenschappelijke discours van de Verlichting. Geleerden uit Duitstalige landen en uit Rusland kwamen als eersten met de neo-Griekse termen “etnographia” en “etnographie” die als synoniem werden gebruikt voor het Duitse “Völkerkunde”, volkenkunde. “Völkerkunde” (etnografie en etnologie) werd vanaf de jaren zeventig van de achttiende eeuw een zelfstandige discipline, gerelateerd aan geschiedenis, geografie, natuurlijke historie, antropologie, linguïstiek en statistiek.
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Sailabus





Bouquet stelt dat etnografische collecties al eeuwenlang bestonden voordat de eerste etnografische musea in de negentiende eeuw worden opgericht. Waarin verschilden deze voorlopers van het etnografische museum?

Collecties met niet-Westerse objecten (zoals wapens, sieraden en kleding) hadden al eeuwenlang bestaan, zo lang als de Europese mogendheden kennis hadden gemaakt, handel hadden gedreven en oorlog hadden gevoerd met de volkeren van Azië, Noord- en Zuid-Amerika, Afrika en Australië. Wat de negentiende-eeuwse etnografische collecties onderscheidt van hun voorlopers, was dat ze nu werden ondergebracht in nieuwe “gespecialiseerde” openbare instellingen die openstonden voor het publiek en financiële steun ontvingen van de overheid omdat ze werden beschouwd als iets goeds voor het volk in brede zin. (p. 220)

Net als bij andere publieke musea die in de negentiende eeuw werden opgericht wordt er bij de inrichting van etnografische musea gebruik gemaakt van bepaalde classificatiesystemen om de objecten op een voor het publiek begrijpelijke manier tentoon te stellen.
Welke twee classificatiesystemen noemt Bouquet met betrekking tot het etnografische museum, door wie zijn ze ontwikkeld, en wat houden ze in?


Von Siebolds verhandeling uit 1837 verschaft inzicht in de motieven voor een geografisch opgezette classificatie.
Het Pitt Rivers Museum in Oxford staat model voor de typologische classificatie.

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo