ONDERDEEL 10 Boete en strafrecht

56 belangrijke vragen over ONDERDEEL 10 Boete en strafrecht

15.1 Inleiding

Wat is een bestuurlijke boete?

Een bestuurlijke straf voor de strafwaardige overtreder van een bestuurlijke norm.

Wat geldt in dit hoofdstuk m.b.t de bp?

Dat daarmee ook de ihp wordt bedoeld, tenzij anders vermeld.

15.2 Het bestuursorgaan legt de boete op

Wat is het bijzondere aan de bestuurlijke boete?

Dat deze niet wordt opgelegd door een rechter, maar een bestuursorgaan. De bestuurlijke boete onderscheidt zich daarmee van de strafrechtelijke boete.

Dat de inspecteur een boete mag opleggen en niet de rechter is geaccepteerd omdat de rechter toch zo nodig het laatste woord heeft.
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Sailabus

Staat tegen de bestuurlijke boete bezwaar en beroep open?

Ja, temeer vanwege de hiervoor genoemde reden

15.3 De bronnen van het bestuurlijke boeterecht

Welke?

EVRM. Uitleg verdrag: EHRM.

Op landelijk niveau: Awb en AWR.

15.4 Bestuurlijke boete is straf

Wat heeft de HR - in navolging van het EHRM - geoordeeld hieromtrent?

Dat het opleggen van de fiscale bestuurlijke boete moet worden aangemerkt als het instellen van strafvervolging in de zin van 6 EVRM.

De in het art. Opgenomen waarborgen gelden hiermee ook voor het opleggen van de fiscale boete.

Dat het opleggen van een bestuurlijke boete als een daad van strafvervolging geldt (a criminal charge) geldt overigens niet dat automatisch...

Vul aan

Het NL strafrecht van toepassing is.
Indirect is die invloed er wel door wetgeving en rechtspraak waarborgen uit het straf(vorderings)recht ook toe te kennen aan degene die een boete opgelegd krijgt.

15.7 De beboetbare gedragingen - verzuimboeten en vergrijpboeten

De meeste beboetbare gedragingen zijn te vinden in H VIIIA AWR.
Ook in 10a AWR. En in de heffingswetten.

Waarin zijn de fiscale bestuurlijke boeten onderverdeeld en noem de artikelen

In verzuimboeten (67a-67ca AWR) en vergrijpboeten (67cc-67f AWR en 10a AWR)

De ernst wordt duidelijk gemaakt met deze benamingen. De wettelijke boetemaxima zijn daarmee in overeenstemming.

15.8 Verzuimboeten - geen of te late aangifte (aanslagbelastingen)

Art. 67a AWR geeft de boete weer die kan worden opgelegd wegens het niet tijdig doen van de aangifte voor een aanslagbelasting.

Wanneer is een aangifte niet tijdig?

Als deze niet is ingediend binnen de termijn ex 9 lid 1 en 2 AWR.

De boetebepaling geldt zowel voor het te laat indienen van de aangifte, als het helemaal niet indienen.

Hoe wordt het niet of niet tijdig doen van de aangifte voor een aanslagbelasting aangemerkt?

Als een verzuim waarvoor de inspecteur een boete van ten hoogste 6709 kan opleggen.

Met de hoogte van de verzuimboete wordt het belang van de aangifte bij aanslagbelastingen onderstreep, want een tijdige aangifte is belangrijk voor een goed verloop van het heffingsproces.

De inspecteur kan niet zomaar een boete opleggen.
Wat moet hij EERST doen?

Hij moet de aangifteplichtige die tot dan toe zijn verplichtingen NIET is nagekomen, eerst aanmanen om binnen een door hem (de inspecteur) te stellen termijn alsnog aangifte te doen. 9 lid 3 AWR.

Kortweg gezegd: zonder aanmaning geen verzuimboete,

Zie par 21 BBBB beleidsregels (ook over hoogte).

15.9 Verzuimboeten - geen, te late, onjuiste of onvolledige aangifte (aangiftebelastingen)

Waar vind ik de regels?

67b lid 1, lid 2 AWR en par 22 resp 22a BBBB

De boete kan nog rechtsgeldig worden opgelegd binnen 1 jaar na afloop betreffende aangiftetijdvak.

15.10 Verzuimboeten - geen, onvolledige of te late betaling (aangiftebelastingen)

Waar vind ik de regels?

67c AWR

Maximaal 6709,-.

Let nog op 7.1 LI: betalingsmoment.

In de voor de betalingsverzuimen vastgestelde beleidsregels wordt een onderscheid gemaakt tussen 2 aspecten. Welke?

1. Zuiver betaalverzuim (de gedane aangifte is niet (geheel) op tijd betaald, par 23 BBBB
2. Betaalverzuim wegens gebleken onjuistheden (ivm een te lage aangifte), par 24 BBBB

Wat als op het moment van doen en betalen van de aangifte niet alle aangegeven belasting (tijdig) is betaald?

Dan is sprake van een verzuim zoals beschreven in par 23 BBBB

Waar ziet 24 BBBB op, anders dan 23 BBBB?

Op de situatie waarin niet, gedeeltelijk niet is betaald doordat er te weinig belasting is aangegeven.

Deze par ziet op de situaties waarin de inspecteur niet via het periodieke betalingspatroon, maar pas later constateert dat bp de belasting niet, gedeeltelijk niet of niet binnen de termijn heeft afgedragen of voldaan, omdat er te weinig belasting is aangegeven.

Anders gezegd: de inspecteur constateert dat de materiële belastingschuld door de bp of ihp onvoldoende is geformaliseerd.

Wanneer kan de boete van 67c AWR worden opgelegd (uiterlijk)?

Net als de naheffingsaanslag, binnen 5 jaar na afloop van het betreffende belastingjaar.

15.11 Vergrijpboeten - informatieverplichting 10a AWR

10a AWR is een verplichting om op eigen initiatief de inspecteur van informatie te voorzien, buiten de regulier aangiften om. Belangrijkste voorbeeld: de suppletieplicht voor de OB.

Wat is het gevolg van het niet nakomen van deze verplichting?

Dit kan als een overtreding worden aangemerkt.

Maar wanneer het aan opzet of grove schuld van de bp of ihp is te wijten, dan is dit een vergrijp met max boete van 100% van belasting die door niet nakomen niet is/zou zijn geheven.

Zie 28a t/m 28e BBBB voor hoogte boetes en beleid

15.13 Vergrijpboeten - (primitieve) aanslag

Is er ook een boete voor de definitieve/primitieve aanslag?

Ja, 67d AWR. Max 100% boetegrondslag, als voor een aangiftebelasting met opzet geen, een onjuiste of onvolledige aangifte is gedaan. Gaat om boete die al bij vaststellen van de (def/prim) aanslag kan worden opgelegd

15.14 Vergrijpboeten - navorderingsaanslag

De reikwijdte van 67e AWR, de boete bij navordering, is groter dan die van 67d AWR. Illustreer.

Belangrijk verschil met de boete bij de aanslagregeling is dat deze laatste boete geheel gekoppeld is aan de aangifte die behoor te worden gedaan.

Navordering daarentegen, en dus ook de boete daarbij, is niet alleen aan de orde als een aanslag tot een te laag bedrag is vastgesteld, maar ook in andere situaties waarbij de beboetbare gedraging tot gevolg heeft dat te weinig belasting wordt geheven.

Het ten onrechte achterwege blijven van een aanslag kan het gevolg zijn van een onjuiste of onvolledige aangifte.

Waar kan het nog meer en gevolg van zijn?

Van het feit dat iemand, hoewel daartoe verplicht, niet om de uitnodiging van het doen tot aangifte heeft verzocht en daardoor niet tot het doen van aangifte is uitgenodigd.
Vgl de gronden voor navordering, genoemd in 16 AWR.

(NB grove schuld geldt hier ook, dus niet alleen (vw) opzet).

15.15 Zwartsparen

Er komt aan het licht dat iemand geld buiten het zicht van de inspecteur houdt, middels buitenlandse rekening.

Wat kan daartegen worden gedaan?

67d lid 5 en 67e lid 6 AWR: boetebepaling om het zwartsparen tegen te gaan.

Het is meestal in het buitenland, een spaarrekening.
Over de opbrengst wil men dan geen belasting betalen, rente vaak.
   
max boete 300% van de daarover verschuldigde belasting zoals deze bij de (navorderings)aanslag is vastgesteld

De inspecteur moet bij het opleggen van de boete tegen zwartsparen met nog iets rekening houden. Met wat?

Hij heeft bij het opleggen de plicht en de bevoegdheid om de daadwerkelijk opte leggen boete af te stemmen op de omstandigheden in elk individueel geval. Zie 6 BBBB t/m 8 BBBB.

15.16 Vergrijpboeten - naheffingsaanslag

Waar vind ik deze in de wet?
Wat is een bijzonderheid?

67f AWR

Deze geldt voor iedereen aan wie een naheffingsaanslag kan worden opgelegd. Dus wanneer als gevolg van het niet naleven van bepalingen van de belastingwet door een ander dan de bp/ihp te weinig belasting is geheven, kan de boete aan die ander worden opgelegd. Zie 20 lid 2 AWR, 2e volzin.

Bestanddelen die correct zijn aangegeven en betaald worden niet in de grondslag gerekend.

15.19 Toerekening van wetenschap aan anderen

In hoeverre mag het handelen of nalaten van personen die door de bp of ihp zijn ingehuurd (belastingadviseur etc) aan hem worden toegerekend?

Wat heeft de HR daarover gezegd?

HR oordeelde daarin dat het niet is toegestaan om bij de beoordeling of er sprake is van opzet of grove schuld de wetenschap van anderen dan de overtreder toe te rekenen.

Let op! Dit betekent NIET dat het inschakelen van een derde de bp-ihp altijd vrijwaart. Dan moet de inspecteur wel overtuigend aantonen..

Waar is de hoogte van de strafrechtelijke boete vastgelegd in de wet?

De hoogte van de strafrechtelijke boeten is vastgelegd in 23 Sr.
Voor het delict van 69 AWR - opzettelijk onjuiste aangifte - kan de strafrechter een boete opleggen van max 100% va de te weinig geheven belasting, indien hoger dan bedrag van 23 Sr.

En voor zwartsparen max boete 300%, 69 lid 2 AWR

De contactambtenaar heeft in beginsel de keuze om een delict door de inspecteur af te laten doen met een bestuurlijke boete, dan wel zelf een strafbeschikking op te leggen dan wel de zaak ter vervolging aan te brengen bij het OM. Zie 76 lid 1 en 2 en 80 lid 2 AWR.

Waar is deze keuze op gebaseerd?

Op de Protocol AAFD-richtlijnen

Wanneer is er géén keuze meer voor de contactambtenaar?

Als het OM al bij de opsporing betrokken is, bijvoorbeeld omdat dwangmiddelen zijn toegepast zoals inverzekeringsstelling, voorlopige hechtenis of betreden woning tegen wil bewoner.

Dan zendt de contactambtenaar de processenverbaal van de FIOD aan de OvJ die over de afdoening beslist. De OvJ kan een vervolging instellen, zaak seponeren of terugsturen naar contactambtenaar om alsnog een strafbeschikking uit te vaardigen, zie 80 lid 3 AWR.

Wat is een belangrijk kenmerk van de delictsomschrijving van een fiscaal misdrijf (69 AWR), anders dan bij de overtredingen van 68 AWR?

Dat is dat de verweten gedraging OPZETTELIJK is gepleegd.

De bewijslast voor de opzettelijkheid (naast die van de verweten gedraging zelf) ligt op de OvJ.

16.19 Opsporing

De FIOD is een van de bijzondere opsporingsdiensten die belast zijn met de opsporing van fiscale strafbare feiten.
Daarnaast 80 lid 1 AWR, ambtenaren van de RijksBD. (BOA's).

Vanaf het momet dat een dwangmidde is ingezet, berust de leiding bij de OvJ.

Als het opsporingsonderzoek begint, hoe wordt dan de opsporende belastingambtenaar genoemd en de bp/iph?

Opsporingsambtenaar resp verdachte.

Als verdachte wordt beschouwd: degene ten aanzien van wie uit f&o en redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit voortvloeit, 27 lid 1 Sv.

Waarom is het van groot belang dat vaststaat in welke hoedanigheid aan een belanghebbende vragen worden gesteld?

Als een belastingambtenaar deze in het kader van de belastingheffing (47 AWR) stelt, dan is de aangesprokene tot antwoorden verplicht.

Stelt hij zijn vragen in het kader van de strafrechtelijke opsporing en vervolging van een fiscaal delict, dan heeft de aangesprokene een zwijgrecht.

Wat als de opsporingsambtenaar vergeet de cautie te geven?

Dan mag het uit de antwoorden voortvloeiende directe en indirecte bewijs NIET als strafrechtelijke bewijsmiddel worden gebruikt: bewijsuitsluiting.

Men spreekt dan van onrechtmatig verkregen bewijs.

Opsporingsbevoegdheden zijn bevoegdheden die tegenover een verdachte gebruikt mogen worden.

Mogen ze ook worden gebruikt bij een administratieve controle?

Boekenonderzoek wordt hiermee bedoeld.

Nee, dat mag niet.

Wanneer bijvoorbeeld een ondernemer bij een controle weigert om bepaalde boeken of bescheiden ter inzage te geven, kan dit niet worden afgedwongen door deze in beslag te nemen. De controleambtenaar kan dan alleen het weigeren van de inzage van zijn verslag opnemen.

Als de belastingplichtige, niet, niet geheel, of onjuist aan zijn verplichtingen voldoet, heeft de inspecteur een aantal mogelijkheden

Welke?

Hij kan bijvoorbeeld de aanslag ambtshalve vaststellen of de bewijslast omkeren. Een andere mogelijkheid is het opleggen van een boete.

Een verzuimboete kan worden opgelegd door de inspecteur en in een enkel geval door de ontvanger.

Wat is een verschil tussen de verzuim- en de vergrijpboete?

Voor het opleggen van een verzuimboete is, in tegenstelling tot het opleggen van een vergrijpboete, niet vereist dat sprake is van opzet of grove schuld.

Voldoende = dat bp een wettelijke verplichting niet/niet tijdig is nagekomen. Er is sprake van lichte schuld.

Bij het opleggen van verzuimboetes ligt de nadruk op gedragsverandering.

Voor aanslagbelastingen kan de inspecteur enkel een verzuimboete opleggen voor het niet of niet tijdig doen van aangifte (art. 67a AWR).

Is er in de AWR/INV helemaal geen mogeljkheid om een verzuimboete voor het niet/tijdig betalen (zoals wél bij aangiftebelastingen kan)?

Jawel, alleen de ontvanger. Hij kan (in een later stadium) een verzuimboete opleggen voor het niet of niet tijdig betalen (art. 63b IW)

Wat is in het BBBB bepaald m.b.t een verzuimboete opleggen (en een termijn) bij aangiftebelastingen?

In het BBBB is bepaald dat geen verzuimboete wordt opgelegd als de aangifte is gedaan binnen zeven dagen na het verstrijken van de aangiftetermijn.

De boete voor het niet tijdig doen van aangifte moet worden opgelegd binnen een jaar na de termijn waarop de aangifte had moeten worden ingediend.

Hoe werkt het met maximumboetes, en de wet en het BBBB?

In de wet is een maximum bepaald (bijv. 67c AWR). En in het BBBB een minimum.

Bepalend voor het opleggen van een betalingsverzuimboete is dat de aangifte te laat wordt betaald. De aangiftebelastingen moeten worden betaald conform het tijdstip genoemd in art. 19 AWR.

Wat geldt als tijdstip van betaling?

Als tijdstip van betaling geldt op grond van art. 7.1 LI de datum van bijschrijving op de rekening van de Belastingdienst.

Als het verschuldigde bedrag bij aangiftebelastingen niet of gedeeltelijk NIET is betaald, wat en wanneer legt de inspecteur dan op qua boete?

dan legt de inspecteur de boete tegelijk op met de naheffingsaanslag. Bij te late betaling moet de boete zijn opgelegd binnen vijf jaar na het einde van het kalenderjaar waarin de schuld is ontstaan

Bij aanslagbelastingen geldt dat de verzuimboete meestal tegelijk met de aanslag zelf opgelegd wordt.

Maar kan het ook eerder?

De boete kan ook eerder worden opgelegd, maar mag niet worden opgelegd nadat de aanslag is vastgesteld.

De verzuimboete voor niet of niet tijdig aangifte doen is een vast bedrag en de precieze hoogte wordt in het BBBB aangegeven, afhankelijk van de situatie (voor de IB gelden in beginsel lagere bedragen dan voor de Vpb). De verzuimboete loopt op tot een maximum genoemd in art. 67a AWR

Niet (geheel) of niet tijdig betalen van AANSLAGbelastingen is een bizondere categorie. Vertel.

In het geval dat een aanslagbelasting niet (geheel) of niet tijdig wordt betaald, legt namelijk niet de inspecteur, maar de ontvanger de boete op.

De verzuimboete bij niet (geheel) of niet tijdig betalen vind je in art. 63b IW. De betalingstermijnen voor de aanslagbelastingen vind je in art. 9 IW. Als tijdstip van betaling geldt op grond van art. 7.1 LI de datum van bijschrijving op de rekening van de Belastingdienst.

M.b.t de boete voor niet (geheel) of niet tijdig betalen is 63b INV van toepassing.

Er geldt nu een maximum in dit artikel, maar waar staat het minimum? 

En wat  is de betalingstermijn?

De wet heeft in art. 63b IW een maximum bepaald en de Leidraad Invordering een minimum in art. 63b.2. LI.

De verzuimboete bij niet (geheel) of niet tijdig betalen heeft een betalingstermijn van zes weken (art. 63b lid 5 IW).

Welke overige verzuimboete door de ontvanger is genoemd?

60 lid 2 INV

Vergrijpboetes worden alleen opgelegd door de inspecteur, bij grove schuld of opzet. Karakter = straf/vergelding.

Hoe zit het hier met bewijslast?

De inspecteur heeft de bewijslast voor de opzet of de grove schuld. Er kan geen sprake zijn van omkering van de bewijslast voor de vergrijpboete.

De Belastingdienst heeft altijd de bewijslast voor opzet of grove schuld. Bewijslast kan nooit omgekeerd worden wat betreft vergrijpboetes.

De inspecteur kan de bp ook een vergrijpboete opleggen als het aan opzet of grove schuld van de bp te wijten is dat hij de informatieplicht niet nakomt. Welk artikel is dit?

10a AWR (zie lid 3)

Als je de verschillende boetebepalingen uit de AWR doorleest, zie je dat het steeds de ‘belastingplichtige’ is aan wie de boete kan worden opgelegd. Derden, zoals bijvoorbeeld een adviseur die betrokken is bij het doen van een onjuiste aangifte, lijken buiten schot te blijven.

Op grond van twee bepalingen in de Awb en de AWR is het echter mogelijk om in bepaalde gevallen ook aan niet-belastingplichtigen een bestuurlijke boete op te leggen. 

Welke?

5:1 lid 2 Awb: ook de medepleger.

5:1 lid 3 Awb: feitelijk leidinggevers en opdrachtgevers

Zie ook nog 67o AWR: doen plegers, uitlokkers en medeplichtigen.

Door de constatering dat de inspecteur mogelijk een vergrijpboete kunt opleggen, ontstaan er twee verschillende ‘sferen’.

Omschrijf deze

• Enerzijds loopt het heffingsonderzoek door. Het heffingsonderzoek richt zich op alles wat te maken heeft met vaststelling van de hoogte van de te betalen belasting. Hierbij blijft de meewerk- en antwoordplicht voor de belastingplichtige bestaan.

• Anderzijds start het boeteonderzoek. Het boeteonderzoek richt zich op alles wat te maken heeft met het vaststellen van schuld en boete. Daarbij hoort de intentie, zoals mogelijk opzettelijk te lage aangifte doen. Belastingplichtige heeft voor dit onderdeel zwijgrecht en andere waarborgen.

In boek 5 (5:40 e.v.) Awb staan belangrijke waarborgen.

Voordat de inspecteur een vergrijpboete oplegt, wat moet hij dan eerst doen?

Hij moet eerst een kennisgeving opmaken. Op grond van welke f&o wordt de boete opgelegd en wat wordt de bp precies verweten? Ook de hoogte van de boete moet worden opgenomen. De kennisgeving wordt aan de bp toegestuurd VOORDAT de boete wordt opgelegd.
Zo kan hij aangeven of er bezwaar is tegen het opleggen van de boete, en kan hij desgevraagd gegevens inzien. Bovendien is sprake van recht op horen.

Nadat de kennisgeving is verstuurd en eventueel inzage en een hoorgesprek heeft plaatsgevonden, dient de inspecteur nog iets te doen. Wat dan?

Een mededeling op te maken.

Indien tijdens het hoorgesprek bijvoorbeeld strafverminderende omstandigheden zijn gebleken, wordt dit in de mededeing expliciet aangegeven.

De inspecteur (verzuim- en vergrijpboetes) en de ontvanger (verzuimboetes) leggen de boete op bij voor bezwaar vatbare beschikking. Uit welke artikelen volgt dat?

67g AWR en 63b INV

Wat geldt voor de ontvanger, wat moet hij doen vóórdat hij een verzuimboete kan opleggen?

63b Leidraad Invordering volgen. Daarin staat een aantal beleidsregels.

De inspecteur dient de opzet en/of grove schuld te bewijzen bij het opleggen van een vergrijpboete. Ook als er sprake is van ‘omkering van de bewijslast’ zoals we hebben gezien bij het onderdeel ‘Bewijs.

Geldt de omkering en verzwaring zowel t.a.v het belastingbedrag, als t.a.v de boete?

Alleen t.a.v het belastingbedrag. Niet t.a.v de boete

Waraom is het Protocol AAFD van belang en wat wordt daar geregeld?

Het gebrek aan capaciteit zorgt ervoor dat je moet kiezen welke zaken je strafrechtelijk en welke zaken je bestuurlijk aanpakt. Daarom zijn er afspraken met FIOD en OM gemaakt over welke zaken aangemeld (moeten) worden. Deze afspraken zijn vastgelegd in het Protocol AAFD en in het Handhavingsarrangement.

In deze documenten staat dat de Belastingdienst de zaken voor strafrechtelijke vervolging aanmeldt waarbij er een vermoeden van opzet is en het nadeel € 100.000 of meer bedraagt of als het nadeel lager is, er sprake is van een vermoeden van opzet en sprake is van één of meerdere aanvullende wegingscriteria.

Wanneer is aanmelding bij de boete-fraude coördinator verplicht?

Bijvoorbeeld in paragraaf 15, lid 6 van het Besluit Bestuurlijke Boete Belastingdienst (BBBB). Dit gaat om de situaties waarin je een correctie moet aanbrengen, je vermoedt dat sprake is van opzet, en het belastingnadeel is minimaal € 20.000.

Als de Officier van Justitie van mening is dat het onderzoek compleet is, zal hij beslissen of hij strafrechtelijk gaat vervolgen en de zaak op zitting voor de rechter brengt. Tot op het moment dat het onderzoek ter zitting is aangevangen kan hij nog beslissen dat de zaak met een strafbeschikking of zelfs een bestuurlijke boete wordt afgedaan.

Met de strafbeschikking komt ... Wat vast te staan?
En wat als de verdachte binnen 2 weken geen verzet aantekent?

De schuld van de verdachte vast te staan.

Dan is deze strafbeschikking onherroepelijk > dat betekent dat de verdachte schuldig is.

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo