ONDERDEEL 7 Bewijs

9 belangrijke vragen over ONDERDEEL 7 Bewijs

Als een partij die de bewijslast heeft, bewijs heeft aangedragen, is daarmee niet meteen de kous af.
Wat dan?

Als het aangeboden bewijs NIET overtuigend blijkt te zijn, houdt hij de bewijslast.

En als het WEL overtuigend is, heeft de andere partij de mogelijkheid om tegenbewijs te leveren.

>De bewijslast schuift dus soms heen en weer.

Waar ziet de omkering op en waar zie de verzwaring op?

De omkering ziet erop dat de belasting- of inhoudingsplichtige de onjuistheid moet bewijzen van de door de inspecteur vastgestelde belastingaanslag

De verzwaring ziet erop dat hij daarbij NIET kan volstaan met het aannemelijk maken van zijn stelling, maar moet 'doen blijken' dat zijn verhaal klopt.

Wat heeft de HR t.a.v. 2 ^ aangegeven?

Dat deze (zware) maatregel alleen kan worden toegepast als de belasting- of inhoudingsplichtige zich BEWUST was of had moeten zijn van de onjuiste aangifte.
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Sailabus

Pas zodra de inspecteur schattenderwijs (redelijke schatting) de belastingaanslag heeft vastgesteld, komen we (in bezwaar) in het domein van omkering en verzwaring.

Wat kan de belasting- of inhoudingsplichtige dan nu doen?

Hij kan in bezwaar (en later in (hoger) beroep) tegen deze belastingaanslag opkomen door te DOEN BLIJKEN dat de schatting te hoog is.

Zware bewijslast. Weinig slagen hierin.

Hij kan (als hij dat ^niet kan bewijzen) nog wel aannemelijk maken dat de schatting niet redelijk is.

Wat is het gevolg van de omkering van bewijslast?

Dat de belastingplichtige nu alle elementen van de belastingaanslag MOET bewijzen. Dus niet alleen de belastingverlagende elementen, maar ook de verhogende.

Wat zijn de 5 belangrijkste uitgangspunten bij de bewijsleer/bewijslast?

• In het algemeen: ‘Wie stelt, bewijst’;
• Belastingverhogende zaken moet de inspecteur bewijzen;
• Belastingverlagende zaken, zoals aftrekposten en vrijstellingen, zijn aan de belastingplichtige om te bewijzen;
• Wie zich baseert op het ongebruikelijke heeft daarvan de bewijslast;
• De ‘meest gerede partij’ om bepaald bewijs te leveren, heeft de bewijslast. Dat is diegene die dit in redelijkheid het makkelijkste kan.

In beginsel moet de inspecteur dus altijd eerst volgens de normale regels van de bewijslastverdeling een aanslag onderbouwen.

Wanneer komt de omkering en verzwarming van de bewijslast voor het eerst aan bod?

De omkering en verzwaring van de bewijslast op grond van de wet, komt in de bezwaarfase voor het eerst aan bod.

Mdat de omkering en verzwaring van de bewijslast ingrijpend is, heeft de wetgever in de wet (artikel 25 lid 3 van de AWR) vastgelegd wanneer hier sprake van kan zijn. Dat is 1. Er is sprake van onherroepelijk geworden informatiebeschikking en 2. De vereiste aangifte is niet gedaan.

Waar is de omkering en verzwaring opgenomen voor de beroepsfase en hoger beroepsfase?

Voor de beroepsfase en de hoger beroepsfase is de omkering en verzwaring opgenomen in artikel 27 e lid 1 AWR en artikel 27h lid 2 AWR jo. artikel 27 e lid 1 AWR.

Hiervoor gold voor de inspecteur (AWR). Maar voor de ontvanger gelden ook de algemene regels van bewijsrecht. Als hij iets stelt, moet hij dat ook bewijzen.

De INV kent alleen het 'aannemelijk maken'.
Komt het fenomeen omkering bewijslast voor?
Wat is er nog meer in de INV?

Nee, omkering en bewijslast komt niet voor bij de INV.
In bepaalde gevallen mag wel worden uitgegaan van 'bewijsvermoedens' door de ontvanger. (Bijvoorbeeld bij melding betalingsonmacht).

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo