Samenvatting: Handboek Positieve Psychologie Theorie, Onderzoek En Interventies | 9789024433445 | E T Bohlmeijer, et al
- Deze + 400k samenvattingen
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden
Lees hier de samenvatting en de meest belangrijke oefenvragen van Handboek positieve psychologie theorie, onderzoek en interventies | 9789024433445 | E.T. Bohlmeijer; Nele Jacobs; Jan Auke Walburg; Gerben Johan Westerhof
-
0 Vraag en antwoord Youlearn
Dit is een preview. Er zijn 20 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 0
Laat hier meer flashcards zien -
0.1 Vraag en antwoord Youlearn va 1.4
Dit is een preview. Er zijn 9 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 0.1
Laat hier meer flashcards zien -
Wat is volgens Ryan en Deci's zelfdeterminatietheorie bepalend voor de kwaliteit van onze motivatie?
De motiverende werking van de sterkekantenbenadering kan worden verklaard aan de hand van de zelfdeterminatietheorie van Ryan en Deci (2000). Deze theorie stelt dat de mate waarin onze psychologische basisbehoeften – competentie, verbondenheid en autonomie – zijn bevredigd, bepalend is voor de kwaliteit van onze motivatie. -
Wat is de invloed van de invulling van de behoeften aan aangesproken worden op competentie, verbondenheid en autonomie op de motivatie?
De fundamentele behoeften competentie, verbondenheid en autonomie bepalen de kwaliteit van onze motivatie in de zelfdeterminatietheorie van Ryan en Deci. Als deze behoeften worden bevredigd, zal onze motivatie met grotere kans gecommitteerd en intrinsiek van aard zijn, terwijl het niet tegemoetkomen aan deze behoeften eerder externe en geïnternaliseerde vormen van motivatie in de hand werkt. -
0.2 Vraag en antwoord Youlearn v.a. 1.5.1
Dit is een preview. Er zijn 15 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 0.2
Laat hier meer flashcards zien -
Wat zijn CID's (cultural idioms of distress)?
CID's zijn cultuurspecifieke expressies van lijden. Culturele idiomen van lijdensdruk zijn specifieke manieren om lijdensdruk te uiten en te communiceren, waarbij niet verwezen wordt naar specifieke stoornissen of symptomen. Mensen kunnen daardoor in de lokale sociale context over hun lijden communiceren, wat op een andere wijze niet is toegestaan of niet begrepen wordt (De Jong & Reis, 2010, 2013). Het ontbreken van religieus-culturele kennis bij hulpverleners kan ertoe bijdragen dat mensen met een niet-westerse achtergrond zich niet begrepen voelen en hun toevlucht nemen tot alternatieve genezers. -
Wat valt zoal onder goede communicatie bij psychosociale hulpverlening?
Onder goede communicatie valt bijvoorbeeld duidelijke informatieoverdracht, inzicht in de klacht, een adequate reactie op emoties, het stimuleren van familie- en sociale ondersteuning, en het versterken van de zelfredzaamheid. -
0.4 Vraag en atnwoord Youlearn 1.8.1
Dit is een preview. Er zijn 7 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 0.4
Laat hier meer flashcards zien -
Artikel Linton en collega's: geef een overzicht van de belangrijkste bevindingen, ten aanzien van:Vraag 1.8.1.1.b de theoretische kaders.
Detheoretische kaders die het vaakst worden genoemd doorontwikkelaars vanmeetinstrumenten voorwelbevinden zijn Diener'smodel vansubjectief welbevinden en de oorspronkelijke WHO-definitie (1948) vanmentale gezondheid ('a state of complete physical, mental and social well-being”).
Daarnaast wordt een aantal andere theorieën aangehaald, waaronderMaslow ’sbehoeftenhiërarchie ,Sen ’svermogensbenadering (‘capability approach’),Antonovsky ’s theorie vansalutogenese ,Ryff ’s theorie vanpsychologisch welbevinden ,Fisher ’sspiritueel welbevinden en dezelfdeterminatietheorie .
In de meeste gevallen wordt echter geen duidelijk theoretisch kader genoemd waarop het meetinstrument is gebaseerd. -
Leg de thema’s van Linton en collega's naast het model van positieve gezondheid (besproken in studietaak 1.2). Welke overeenkomsten en verschillen vallen je op?
De zes thema’s van welbevinden die door Linton en collega’s werden geïdentificeerd, zijn grotendeels onder te brengen onder de pijlers van positieve gezondheid van Machteld Huber:
Linton en collega’s
Positieve gezondheid (Huber)
Mental well-being
(‘psychological, cognitive, and emotional quality of life’)
Mentaal welbevinden
Kwaliteit van leven
Social well-being
Meedoen / participeren
Activities and functioning
Dagelijks functioneren
Physical well-being
Lichaamsfuncties
Spiritual well-being
Zingeving
Personal circumstances
Dagelijks functioneren -
Leg de thema's van Linton en collega's naast het positief mentaal gezondheidsmodel en het PERMA-model (beide besproken in studietaak 1.3).
Het PERMA-model (Seligman) onderscheidt ten slotte vijf ingrediënten van floreren die in zekere mate overlappen met de thema’s van Linton en collega’s:
Linton en collega’s
PERMA-model (Seligman)
Mental well-being
(‘psychological, cognitive, and emotional quality of life’)
Positieve emoties (Positieve emotions), als onderdeel van emotioneel welbevinden
Betrokkenheid (Engagement), als onderdeel van psychologisch welbevinden
Social well-being
Relaties (positive Relationships)
Activities and functioning
Komt deels overeen met Succes/prestaties (Accomplishment)
Spiritual well-being
Zingeving (Meaning) -
0.5 Vraag en antwoord Youlearn va 2.1
Dit is een preview. Er zijn 18 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 0.5
Laat hier meer flashcards zien -
Vraag 2.2.1.1Pioniers in het onderzoek naar positieve relaties zijn onder anderen psychologen Harry Reis en Shelley Gable. Reis en Gable (2003; zie ook Gable & Gosnell, 2013) gaan uit van een model waarbij positieve en negatieve processen in relaties als gerelateerd, maar functioneel onafhankelijk worden beschouwd.Geef een toelichting op de dimensies in dit model.
In dit tweedimensionale model loopt de positieve dimensie van onbevredigend en stagnerend naar groeibevorderend en gepassioneerd en de negatieve dimensie van angst en gevaar naar veilig en zeker. De positieve processen in relaties (appetite/‘trek’ of ‘graagte’) richten zich op positieve en gewenste beloningen, waarbij de motivatie is gericht op het ervaren van groei, plezier en passie. Negatieve processen (aversive/aversief) richten zich op het vermijden van ongewenste en negatieve situaties, waarbij de motivatie zich richt op het ervaren van veiligheid en zekerheid en het vermijden van negatieve communicatie en conflicten. -
Vraag 2.2.1.3Formuleer zelf een voorbeeld van gedrag dat wordt gereguleerd door het behavioral inhibition system (BIS).
Zodra Mark de sleutel in het slot hoort, verdwijnt hij naar zijn studeerkamer. Hij doet de deur dicht en veinst met iets bezig te zijn op zijn computer. Er is vandaag weer niets uit zijn handen gekomen en hij heeft even geen zin in een preek van zijn vrouw.
Het behavioral inhibition system (BIS) speelt een belangrijke rol bij het vermijden van negatieve stimuli, in dit geval een preek van een echtgenote. Het houdt iemand, in ieder geval op dat moment, uit de problemen. -
0.7 Artikel why do people prefer gratitude
Dit is een preview. Er zijn 3 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 0.7
Laat hier meer flashcards zien -
Wanneer hebben mensen meer baat bij een interventie, suggereren theoretici
Dit is belangrijk omdat theoretici suggereren dat mensen meer baat hebben bij een interventie wanneer deze aansluit bij hun waarden, interesses en voorkeuren.
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden
Onderwerpen gerelateerd aan Samenvatting: Handboek Positieve Psychologie Theorie, Onderzoek En Interventies
-
Vraag en antwoord Youlearn - Vraag en antwoord Youlearn v.a
-
Vraag en antwoord Youlearn - Vraag en atnwoord Youlearn
-
Vraag en antwoord Youlearn - Vraag en antwoord Youlearn va
-
Vraag en antwoord Youlearn - Youlearn
-
Positieve psychologie: een introductie - korte geschiedenis
-
Positieve psychologie: een introductie - Definities en fous vd pos psych
-
Positieve gezondheid - Aanloop naar positieve gezondheid
-
Positieve gezondheid - Positieve gezondheid als ideaal
-
Floreren - Inleiding
-
Floreren - Modellen van floreren - Positief mentaal gezondheidsmodel
-
Floreren - Modellen van floreren - Well-being profile
-
Floreren - Prevalentie van floreren in NL en daarbuiten
-
Onderzoek naar de sterkekantenbenadering
-
Sterkekantenbenadering in de praktijk
-
Het begrip 'geluk
-
Bevindingen uit economisch geluksonderzoek - Rendement van geluk
-
Innovatief meten
-
Kernkwaliteiten
-
Dankbaarheid
-
Van cure naar care
-
Welbevindentherapie















